Fuck de gevestigde denkbeelden. Halleluja voor de verbeelding!

Bijgewerkt: apr 17

Een aantal jaar geleden- het zijn er veel, maar ik hield de tel niet bij- stond ik aan de deur van mijn ouders. In de ene hand: een zoon van vier, in de andere hand: zijn boekentasje. Ik was toen negentwintig. Enkele jaren eerder, toen ik nog verwachting was en er weinig toekomsten rooskleuriger uitzagen als die van mezelf , hadden mijn ouders een herenhuis gekocht en dit opgedeeld in twee ruime appartementen. Beneden woonden zij en boven mijn broer- een pianist. Ik vermoed dat ik de tranen in mijn ogen verbeet die dag; toen ik staande op de stoep vroeg of we misschien even konden blijven? Want dat ik een beetje in een situatie zat. Iets niet zo goeds. Mijn vader refereert er nog altijd naar als één van de meest hartverscheurende scènes uit zijn wisselvallige carrière als ouder. De weken erop verbleef ik in een klein werkkamertje beneden terwijl mijn zoontje in de logeerkamer naast mijn mama sliep. Overdag maakte ik in dat kamertje muziek voor een toneelstuk wat enkele weken later in première zou gaan en vanaf een uur of drie begon ik als een verbetene Immoweb af te schuimen en elke eigenaar van een appartementje wat in aanmerking kwam voor de snelle en efficiënte wederopbouw van een nieuw en kleurrijk leven, op te bellen. Helaas bleek al heel snel dat ik- als alleenstaande moeder- een verdacht sujet was op de huizenmarkt. Meestal had het betreffende appartement maar één slaapkamer; daar kon ik toch niet verblijven met een kind? Tevergeefs probeerde ik de huisbazen te sussen. Ik was -echt waar- heel tof. En grappig. En ook vriendelijk en beleefd. En mijn kind trouwens ook. (Ok, dat laatste was gelogen: mijn kind was op dat moment een onhandelbare peuterpuber, maar een mens moet iets….) En uiteraard zou ik de huur betalen, ik heb nog nooit iets niet betaald, ik ben als de dood voor schulden.

Op een avond, toen bleek dat ik niets zou vinden en het gebrek aan privacy me danig begon te verstikken, taande ik de trap op- naar het appartement van mijn lieve, door-en door emphatische broer. Of hij het misschien een idee zou vinden zijn appartement over te geven aan mij? De enige huisbazen die deze gederailleerde twintiger zouden nemen als huurder (what the fuck had ik eigenlijk misdaan behalve- blijkbaar onterecht- geloven in de liefde?), waren onze ouders. Een waarheid waar ik langs de ene kant een afschuwelijke nederlaag in zag, en langs de andere kant heel voorzichtig en zonder duidelijke aanleiding al een soort van schoonheid in ontwaarde. Niet veel later verhuisde mijn broer en werd ik- tegen wil en dank- officieel lid van een kangoeroe-gezin.

De jaren zijn geëvolueerd en ik ben gebleven. We leerden elkanders privacy respecteren en leefden verschillende levens. Soms zien we mekaar weken niet, hoewel we- technisch gezien- in hetzelfde huis wonen. Nu de quarantaine is aangebroken hebben we echter een paar kleine nieuwe gewoontes ontwikkeld. Elke dag, om zes uur nemen we onze corona- aperitief. Iedereen zit dan op het terras (op anderhalve meter van elkaar) en daar wordt dan druk het post-corona tijdperk besproken. Voor het eerst zijn mijn vader en ik het over één maatschappelijke kwestie eens: alles mag herdacht. En een beetje verbeelding kan daarbij absoluut geen kwaad. In ons hoofd bouwen we aan een nieuwe- van nul te scheppen- maatschappij. Bekrompenheid in tijden van corona is nergens voor nodig, vinden we. De realiteit mag later weer meedoen. Nu is vrijheid van geest aan de orde. Fuck de gevestigde denkbeelden. We proosten. Halleluja voor de verbeelding!

Na onze eindeloze discussies gaat iedereen weer in eigen huis eten. ‘s Avonds wordt er door een paar huisgenoten gemusiceerd. Mijn zoon- die ondertussen in dit huis de liefdevolle bijnaam ‘Onze kleine microbe’ kreeg-, maakt boven beats. Tijdens de quarantaine ontdekte de jongen per ongeluk dat zijn grootvader een zeer vernuftig muzikant is, dus wil hij diens gitaarstukken als sample gaan gebruiken. Ik juich en sta met verbazing te kijken hoe mijn kleintje momenteel in ijltempo zijn volledige stamboom muzikaal voorbij dendert. (Niet dat daar dan veel toekomst in te vinden valt, maar dat maakt me niks uit, ik motiveer hem: muziek is een mensenrecht.)

Ondertussen heb ik zelf de pianokamer herontdekt. En papa speelt in het kleine werkkamertje- wat hij na mijn verhuis naar boven, weer inpalmde- soms uren aan een stuk gitaar. En als ik dan zo naar hem kijk, klink ik nog één keer in eigen hoofd. Halleluja voor de verbeelding, motherfuckers! En wat goed dat een nederlaag zoveel jaren later kan ombuigen in één van de grootste godsgeschenken allertijden….Bij deze: een quarantaine gitaarconcert van papa. Prelude nummer 1/ Villa Lobos. Liefdevolle ( nog niet al te beschonken) groetjes uit het kangoeroe-gezin!


Vragen? Meldingen? Bookingen?

vitrinrecords@gmail.com

+32.495.99.33.52

Pers? 

esther@eightdaysaweek.me

HOU ME OP
DE HOOGTE!

Pics © Joelle Van Autrève

België/Belgium

  • White Apple Music Icon
  • White Spotify Icon
  • White Instagram Icon
  • White Facebook Icon
  • White YouTube Icon